EEN INCLUSIEF EN VEILIG HUIS VOOR IEDEREEN

Tijden veranderen, het maatschappelijke debat polariseert snel en steeds meer groepen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Hierbij blijkt taal één van de krachtige vormen van respectievelijke in- en uitsluiting. Pakhuis de Zwijger (PdZ) streeft ernaar een veilige plek van ontmoeting te faciliteren waarin iedereen zich veilig en gehoord voelt zonder dat de open gesprekscultuur in geding komt. Met deze Code of Conduct voorzien wij programmamakers, moderatoren, partnerorganisaties en deelnemers van de noodzakelijk handvaten en tools om door de vele sociale spanningsvelden te navigeren en daar waar wellicht bepaalde expertise of ervaring ontbreken kennis en ruggesteun te bieden. Juist door omgangs- en aanspreekvormen af te kaderen, ontstaat een setting waar vrij en open kan worden gesproken omdat bepaalde spanningen uit de lucht worden genomen, iedere aanwezige respect en erkenning ervaart, wederzijds begrip wordt gecreëerd en de vocaliteit van achtergestelde personen groeit.

Wij beogen met deze Code of Conduct een cultuuromslag teweeg te brengen en een nieuwe norm te stellen voor hoe het maatschappelijk gesprek op een constructieve, gelijkwaardige en inclusieve manier kan worden gevoerd.

  1. PdZ noemt zijn deelnemers vanaf nu deelnemers. Iedere aanwezige is een gewenste deelnemer aan het gesprek en een noodzakelijke deelnemer in het vormen en bouwen van een duurzame en inclusieve stad.
  2. Bij PdZ wordt iedereen erkend, begroet en aangesproken. Er wordt niet gegroet of gesproken van “dames en heren” omdat dit de aanwezigheid van non-binaire en/of gender queer personen volledig uitsluit.
    Alternatieven: “Hallo lieve mensen”, “Welkom beste mensen” of bij voorkeur: “Goedenavond beste deelnemers”.
  3. Identiteit is geen expertise. Expert en ervaringsdeskundige zijn twee verschillende zaken. Voorbeeld: maak van mensen geen beroepstransgender en van een Marokkaanse Nederlander geen spreekbuis namens de hele gemeenschap. Voorzie mensen van kwalificatie en beroep.
  4. De vrijheid van meningsuiting gaat over kwesties, niet over personen. Ergo: er wordt niet op de mens gespeeld en het bestaan van bepaalde groepen en/of personen wordt niet betwist. Daarbij is enige gevoeligheid gewenst. Wat voor de één een interessant filosofisch vraagstuk is, is voor de ander een (zwaarbevochten) dagelijkse werkelijkheid.
    Voorbeeld: gendervrije toiletten zijn een discussieonderwerp, het bestaan van non-binaire/trans- personen niet.
  5. In PdZ is een mens wie die zegt te zijn, niet wat anderen daarvan maken. Over zelfverklaarde identiteiten als huidskleur, gender, religie, afkomst, seksuele voorkeur of anderszins wordt geen discussie toegestaan. Daarnaast wordt iemands eigen identificatie niet afgedaan als een ervaring, gevoel of beleving, maar als een erkende staat van zijn.
  6. Iedereen wordt als gelijkwaardige en gerespecteerde volwassene behandeld en aangesproken. Geen verkleinwoordjes of reductionistische termen over groepen en/of personen.
  7. Alle deelnemers worden zonder aanziens des persoons consequent bij de voornaam of achternaam genoemd. Hierin vindt geen gender-opsplitsing, leeftijdsdiscriminatie of andere ongelijkheid plaatsen.
  8. De gender van deelnemers wordt niet bij voorbaat bekend geacht. Vraag gasten vooraf naar hun gewenste persoonlijke voornaamwoord en aanspreekvorm en verwijs naar deelnemers in het publiek als “die persoon” of vraag hen zichzelf te identificeren aan de hand van hun naam en pronoun/ persoonlijk voornaamwoord.
  9. Er wordt niet gesproken van een handicap of beperking, maar fysieke of cognitieve uitdaging. Vermijd ook uitdrukkingen en woorden die refereren aan dergelijke uitdagingen zoals “reageer niet zo spastisch”, “ik liep als een blinde”, “dove kwartel” etc. Een mens heeft mogelijk een ziekte en/of fysieke of cognitieve uitdaging maar is dat niet.
  10. Gebruik van het n-woord is uit den boze. Indien noodzakelijk en functioneel is verwijzing naar “het n-woord” als zodanig genoeg.
  11. PdZ werkt mee aan het dekoloniseren van de taal: “wit” niet blank”; “zwart” niet “bruin/donker”; “dubbelbloed” of “meerbloed, niet “halfbloed” en “bicultureel” niet “allochtoon”.
  1. Een Nederlander is iedereen met de Nederlandse nationaliteit, niet iedereen met een witte huidkleur. Mensen met een dubbele nationaliteit worden desgewenst (en desgevraagd) met beide nationaliteiten geïntroduceerd en naar bevolkingsgroepen wordt met beide nationaliteiten verwezen: “Chinese-Nederlander” en niet: “Chinees” en “Turkse-Nederlanders” en niet: “Turken”.
  2. Er wordt aan tafel niet gevloekt of gescholden. Dit houdt het gesprek inhoudelijk, veilig, beleefd en respectvol voor iedereen.
  3. Spreek niet in generalisaties en doe geen aannames voor het publiek.
    Voorbeelden: “Ik spreek hier natuurlijk voor eigen parochie.” “We vinden hier natuurlijk allemaal.” “Ik hoef jullie niet te vertellen dat…” “Wij zijn natuurlijk allemaal…”
  4. Vermijd vakjargon en specialistische terminologie zonder context of duiding.
  5. Deelnemers aan het MBO-onderwijs heten wettelijk studenten en niet leerlingen.
  6. PdZ respecteert ieder mens en spreekt niet over groepen mensen in termen van natuurverschijnselen.
    Voorbeelden: “stromen aan migranten”, “tsunami’s aan vluchtelingen”, “vloedgolf aan moslims” etc.
  7. Bevolkingsgroepen worden nooit voorafgegaan aan een scheldwoord en et-niciteit, gender en/of seksuele voorkeur zijn geen bijvoeglijk naamwoord.
    Voorbeelden: “k*tmarokkaan”, “poepchinees”, “echte turkenjas”, “pinda”, “nicht-enstreek” , “b*tches”, “zeikwijf”, “flikker”, “pottenkapsel” etc.
  8. Bij Pakhuis de Zwijger zijn we ons ervan bewust dat taal niet statisch is een communicatie een product is van wederzijdse interactie waarin we nooit zijn uitgeleerd. We staan open voor feedback, correctie op mogelijke blinde vlekken en nieuwe inzichten.
In de spotlight