Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

edd vossen

Naast moeder
Naast mijn moeder stond een tv-tje en veel werd er nooit gezegd. Ze had altijd een eigenaardige manier om van A naar B te komen met daartussen een heel alfabet. Op het tv-tje ontbrak dat er nog weleens aan en dat verzon ik er dan maar bij. Iets waar ze me op school nooit een cijfer voor gaven en ik hun dus ook niet. Maar veel werd daarover nooit gezegd.
Altijd was er mijn moeder en het tv-tje. En een kopje thee zonder dat er iets bij gezegd werd. 'S woensdags in de middag dronken we thee op de prairie of vlogen we door de lucht met een paar doktoren. Iets later begon ik me af te vragen waar mijn moeder in zou veranderen wanneer ze zich sneller zou moeten bewegen maar zocht dan snel een ander kanaal en sprak mijn moeder Duits. Alsof dat minder erg zou zijn, mooi dat ik daar nooit iets over gezegd heb.
Tot ik midden vorig jaar in een drukke kroeg naar de televisie keek. De week ervoor hadden we gezien hoe een standbeeld, onder luid gejuich, van zijn voetstuk getrokken werd. Het plein had vol met volk gestaan, gek van vreugde. Deze avond in de rumoerige kroeg werd ons wederom het beeld getoond. Het standbeeld viel met een doffe dreun. De camera zoemde uit en de volle kroeg volgde het beeld. Bij het zien van de vorige beelden was ik onder de indruk geraakt van de grote menigte. Maar toen het stof was gaan liggen, werd mij duidelijk, dat dertig man en een camera genoeg zijn om hele naties zand in de ogen te strooien. Die avond werd er in het café niets meer gezegd en ik besefte me, waarom mijn moeder zo weinig zeggen wilde