« Gamelab verandert in... Blog Blog! Creative... »
Blog! Talk of the Town #36
Blogger Ramona Deckers deelt haar highlights vanuit De Zwijger. Lekker debatteren over de stadsstraten: Of-of? En-en? En-of? Win-win?
Wat:Talk of the Town # 36: Stadsstraten
Waar: Pakhuis de Zwijger
Wanneer: dinsdag 18 oktober
Wie: o.a. moderator Ruben Maes, Fokko Kuik (Infrastructuur Verkeer en Vervoer, Gemeente Amsterdam), Dirk de Jager (portefeuillehouder Stadsdeel West), Marco Kreuger (portefeuillehouder Stadsdeel Zuid), Ton Geuzendam (Kamer van Koophandel) en Thomas Straatemeier (Goudappel Coffeng).
“Wat betekent een creatieve stad? Wat maakt het los voor bewoners. Wat vinden we belangrijk(er)?” Dit zijn pas een aantal vragen die aan bod kwamen tijdens de alweer 36ste editie Talk of the Town. De bedoeling van deze aflevering is dat de gemeente de functies van de Amsterdamse stadsstraten opnieuw wil faciliteren, of anders gezegd: herinrichten. Natuurlijk is dit niet makkelijk, want ga je voor maatwerk per straat, kies je voor een autoluw winkelgebied voor straten als de Jan Evertsen, of de Overtoom? En is dit überhaupt te realiseren? Wie krijgen de klappen?
Het komt er op neer dat er ‘wat dingen weg moeten’. Wat fijn is om te weten is dat de keuzes die worden gemaakt, niks met geld te maken hebben. Het gaat hier om de burger, de winkelier, de consument. Maar de straten moeten natuurlijk wel geld in het laatje blijven brengen (zeg ik dan). Met in ons achterhoofd: we moeten er niet economisch op achteruitgaan. Maar wat is het ideale ontwerp? Werkt dit voor elke straat net zo? Vragenvuur blijft zich voortzetten. Wie stoten we voor het hoofd? De automobilisten. Ja, zij komen niet het beste uit de verf als ik de plannen hoor. Ook het publiek wordt wild als het auto’s betreft. Maar hoe zit het dan met bereikbaarheid, gastvrijheid, de economie?
Even een straatje pakken. Het conflict dat heerst op de Van Woustraat is ruimte, vertraging of overreden worden. Het is te krap met als oorzaak teveel vervoer in één straat. Fokko Kuik komt met de ‘implementatiestrategie’: herinrichten waar zich ruimtelijke kansen voordoen (goede voorbeelden doen immers volgen), fasegewijs werken door wijzigingen door te voeren wanneer onderhoud plaatsvindt en straten dus niet tweemaal open komen te liggen, pilots bedenken en introduceren aan de Kinkerstraat en Willemsparkweg (deze worden volgend jaar gerenoveerd) en die weer presenteren aan andere stadsbuurten. "Er moeten prioriteiten worden gesteld," zegt Kuik.
De portefeuillehouders komen ‘on stage’ en bijten het spits af door te vermelden dat het belangrijk is om een duidelijk voorstel te doen. Nu maar afwachten of dat daadwerkelijk gebeurt, want er wordt overal een beetje omheen gedraaid, als je het mij vraagt. Komt dit dan doordat er geen ideale oplossing is? Iedere ingreep, of dat nou in een verblijfstraat is of in een doorvoerstraat, heeft consequenties voor de andere straat: “De keuze van de Kinkerstraat heeft effect op de Willemsparkweg." Hoe kom je dan tot de perfecte oplossing? Een duidelijk antwoord ontbreekt. 40 meter wensen, 20 meter te besteden.
Ruben Maes voert het gesprek op en herintroduceert het “hoeveelheidprobleem”, er moeten wat dingen weg, maar we willen het liefst straten die alle vervoer mengen. “We moeten niet gaan scheiden, dan krijg je een soort Lelystad,” zegt Ton Geuzendam, “het is juist bruisend om te mixen." Men neme de Stadhouderskade. Als je daar de weg auto vriendelijker wilt maken, moet er geen fietspad en/of wandelpromenade erbij gemaakt worden, wordt gezegd. Ik zie het niet gebeuren dat ik niet meer die kade op/af kan met mijn fiets.
De fiets is het belangrijkste vervoermiddel in de stad, dus daar moet de aandacht naar uit gaan. Iedereen mee eens. Bestaan er scenario’s zonder auto? Zullen er veel bedrijven verdwijnen in een autoloze stad? Ton vindt dit niet zo’n goed plan. “Mobiliteit is belangrijk. Wij willen een zo aantrekkelijk mogelijk economisch klimaat. Maar er kunnen minder auto’s op bepaalde plekken." De sleutel is maatwerk. Met maatwerk als basis kunnen we langzaamaan ruimte gaan maken. En dat gebeurt al her en der. “Minder auto’s, we hebben lucht nodig," concludeert Ruben. Wat een opluchting.
Tot slot nog een keer de portefeuillehouders van Stadsdeel West, Zuid en Centrum aan het woord over auto’s in de stadsstraten. Centrum zegt: “Je hebt ook wensen in een stad. De auto moet niet weg, maar is te gast.” De auto mag blijven maar dient rekening te houden met voetganger en fietser. “Zo kun je toch nog even een schilderij scoren op de Haarlemmerstraat met de auto.” Ik vind dat wij hartstikke goed zijn in aanpassen in Amsterdam. Wat ook een goeie is, is stadsstraten lekker lokaal maken. Lekker lokaal dingen scoren. De voetganger en fietser brengen immers het meeste geld in het laatje. Weer een probleempje opgelost. We komen er wel met zijn allen.
Ik sluit af met het (bijna) slotpleidooi van iemand in het publiek die zegt dat angst niet moet regeren. Daar ben ik een enorme voorstander van. “Maak keuzes en ben duidelijk. Het is belangrijk om niet negatief te zijn en om te kijken wat we wél hebben.” Juist. Benut een probleem om het positieve eruit te halen. Geef een visie zodat het voor de winkeliers ook aantrekkelijk wordt om het aantal auto's te verminderen in hun straat. Als we ons een creatieve stad noemen, moeten we met creatieve oplossingen komen. De term shared space wordt genoemd in een zin met de Haarlemmerstraat: deze plek zou flexibel om kunnen gaan met bijvoorbeeld de parkeerplekken die je in de weekenden ergens anders voor inzet. Misschien als parkeerplek voor fietsers? Of meer ruimte voor voetgangers? Het komt erop neer dat meer functies gecombineerd kunnen worden, zodat iedereen iets aan die plekken heeft. Een win-win.
Reacties